woensdag 13 oktober 2010

Vallende ster

’s Avonds tegen het verscheiden van de dag wandelde ik het laatste rondje met de hond. Het was het koude einde van een warme, bijna zomerse dag, begin oktober. Het gras langs het fietspad was nat van de avonddauw, de hond liep wat te snuffelen. Mijn gedachten gingen naar de afgelopen dag, het gemis van mijn kinderen en het onrecht in mijn leven. Bijna aan het eind van de wandeling keek ik omhoog. Schitterende sterren. Oplichtende hemellichamen tegen een gitzwarte achtergrond. Voor iedere liefde, voor ieder gemis een ster. Alleen het uit en aan knipperen van één lichtje gaf aan dat er een vliegtuig voorbij kwam. Een namaakster op weg naar een verre bestemming. Ik hou niet van namaak bedacht ik mij toen plotseling mijn aandacht werd weggetrokken door een vallende ster. Vlug liep ik te bedenken wat ik wensen zou. Mijn hart liep over van wat ik mij toe zou eigenen. Teveel vallende sterren waren nodig om mijn driften te vervullen. Ferrari’s, grote huizen, horloges, dure audio en video apparatuur in huis en de mooiste leren schoenen in Italiaanse snit. Ik kon zo snel niet bedenken wat ik wilde laten horen bij die ene ster die net mijn leven was binnen komen vallen.
Abrupt kwam er een einde aan mijn gedachten toen mijn schuldgevoel de kop op kwam steken. Waarom wenste ik niet het bijzijn van mijn kinderen, of hun gezondheid, geluk en liefde in hun verdere leven. Waarom wilde ik niet het geluk en gezondheid voor iedereen, wereldvrede en andere niet te vervullen, overpretentieuze wensen. Ik moest ook eerst nadenken voordat ik een wens in vervulling wilde zien gaan. Ik had nog een vallende ster nodig om de eerste wens ongedaan te maken, wilde ik mijn schuldgevoel niet laten ontploffen. Is het immers niet de vader van de gedachte? Of volgens een Freudiaanse verspreking de moeder van de gedachte. Het gebeurt omdat je graag wilt dat het gebeurt. Dat die wensen niet altijd uitkomen bestrijdt de uitspraak overigens. En terecht. Ik moet er niet aan denken dat ik alles kon wensen. Dat zou een leeg bestaan geven en veel te wensen overlaten. Geluk moet ik dichter bij zoeken. Dichter bij mijzelf, dichter bij mijn hart en dichter bij de grond. De koude, vochtige grond. Maar zo belangrijk om met beide benen op te blijven staan. Waarom zijn wensen dan zo belangrijk. Een wens is een eis zonder consequenties. Misschien is een wens wel als die vallende ster. Eerst een lichtpuntje tussen hemel en aarde, maar uiteindelijk niet meer dan een koude steen die verpulverd in het niets. Misschien is een wens wel het onvermogen van mensen om iets te bereiken in het leven. Sterker nog; het is een legitimatie om niets te hoeven bereiken in je leven. Een wens staat het meest dicht bij al datgene dat je ooit zou hebben willen bereiken, maar waar je geen moeite voor hebt willen doen. De wens als doel op zich. Mensen die alles bereiken hebben namelijk geen wensen meer. En waarom is dan een wens zo belangrijk voor ons. Omdat een wens ook hoop betekent. Hoop in bange dagen, hoop op meer, hoop op iets beters, je wenst je immers nooit een erge ziekte toe of financiële ramspoed.
De heldere hemel boven mij was weer tot rust gekomen, de hond klaar met zijn ronde en ik had maar één wens. Ik bleef naar de hemel kijken in de hoop op meer vallende sterren. Een nieuwe vallende ster, een nieuwe wens en vernieuwde hoop.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten